is toegevoegd aan uw favorieten.

Machteloozen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dan van nieuws er op los, want wel beschouwd, vonden ze het toch wel in hun eigen zak. De vonken sparkelden dan weer tegen hun handen op, ketsten weg in 't 't licht, vonkten rood in 't donker en hamerslag en brandlucht joegen het bloed op in hun bukkende hoofden, dreven hen weer voort!

Ieder stond wel zijn mannetje.

Roelf, de jongste van den ploeg, had den geheelen dag nog heftiger en nog vinniger gewerkt dan gewoonlijk. De vorige dagen was-ie wat ten achter geraakt, wist zelf niet waardoor, en wilde nu inhalen. Een paar koppels mocht hij wel achterblijven, want in den stal als jongen bijgekomen, werd hij nog niet voor vol gesteld. Maar nu liep het toch te erg.

Het zweet gutste hem van 't gezicht, een gezicht blos van zomersproeten, en uit de rosse haren droop het hem vettig langs 't voorhoofd, droop 'et hem nijdig in den nek. Zijn magere armen joegen de hamerslagen als driften en nog wilder raspelde hii. Hij voelde geen moeheid en werkte