is toegevoegd aan uw favorieten.

Machteloozen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

taaie bij den „dikke," op den hoek van den Badhuisweg.

Daar zouden ze dan nu ook Roelf wachten.

Hij was nu met zijn bles klaar, kwakte de poot met een duw neer, zoodat het paard er van opschrikte, zei tegen den jongen : vooruit met de knol. . . wegbrengen! Hij vluchtigde zijn jas maar half aan, riep tegen den ander: maak voort, en was zelf al buiten den stal. Hij blies maar even uit, want de jongen huppelde al aan. Ze liepen getweeën met onregelmatige groote passen, bijna sprongen, liepen op de kroeg aan, waar de anderen nog druk kletsten.

„Nou, dat heb je 'm gauw gelapt!" riepen ze. „Hé, dikke, geef 's 'n borrel voor de rooie !"

Het zweet tapte en straalde hem van zijn hoofd, dat hoogopgeblazen vlamde, en vuurrood hijgde hij.

Hij veegde dat pekelende zweet af met zijn armsmouw, veegde nog met de roode zakdoek na, maar het borrelde aldoor op —en gulzig sloeg hij het glas jenever naar bin-