is toegevoegd aan uw favorieten.

Machteloozen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gierend rol-geluid der wielen over de rails, het snelle klikklakken der hoeven op de steenen. Zonder bepaald te kijken zagen ze toch die zwaartrekkende vrachten, en de paarden, die morgen weer veel ijzers stuk zouden hebben. Oei! wat waren ze vol, de bakken, die terugkwamen, net zoo vol; als die heengingen, zwart van mannenlijven ineengedoken op de banken, tusschen wit en tulle en groote hoeden boven pipsche vrouwe-gezichten, een opeengepak alsof 't naar een kermis ging.

Al die heen-gaande, terugkeerende volle tramwagens elkaar voorbijsnorrend, deden hun werkoogen aan als een vage vreugde, tegelijk als een beklemming en neerdrukking door het teveel. Jaap zei: wat een menschen, wat een menschen! Hein riep: ze lijken wel gek! maar een derde schalde: nou goed, laat ze maar rijje, 't geeft drukte aan de winkel!

Nu al meer dan halverwege en voorbij het hek van Zorgvliet, bleven ze toch gehaast doorloopen, de armen slingerend langs het schonkig, schokkend lijf, de beenen