is toegevoegd aan uw favorieten.

Machteloozen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nèt of een natte, kille doek op zijn rug vastplakte. Hij vermoedde, wist wel, dat zijn hemd 't deed, omdat hij zoo zweette, 't dus niets bijzonders was — en om het klamme gevoel te verdrijven, nam hij toen dan ook inplaats van eentje, zooals gewoonlijk twee borrels, wat hem weldadig aanwarmde. 't Is nèt of zoo'n borrel het zweet ineens opdroogt, of je lichaam erdoor bevliegt.

Maar nu, bij de inspanning om de anderen in te halen, kwamen opnieuw de koude aanvoelingen, de koude rillingen in den rug bij zijn al zoo warm hoofd — en hij voelde zijn doornat hemd nog natter en striemender op zijn nu weer zoo koud-aanvoelenden rug. En onder het loopen werd zijn hoofd nog gloeiender. De armen lamden hoe langer hoe meer langs het moeë lichaam en al stroever gingen zijn beenen, die hij met nog meer inspanning vooruit moest duwen. De sukkelpasjes van den jongen, die in zijn ongedurig meeloopen geen gelijken gang en geen maat hield, vermoeide hem. Dat ophorten verzwaarde niet weinig zijn loopen. 't Was of hij telkens tegen werd gehouden door dat voetgedribbel naast hem.