is toegevoegd aan uw favorieten.

Machteloozen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In zijn moeheid verduisterden zijn oogen, die vaag lijk vochtig, alleen maar zagen een vacht van stof, terwijl de zure adem en de warme duffe lucht hem in de longen kneep, de keel toestropte.

Even moest hij wel stilstaan of zijn gang vertragen. Maar dan ging het weer door, opgedreven in de onbestemde jaging van meê te moeten, gekweld door de angst van gezien te worden door één van 't kantoor. Méér nog dan de anderen wilde hij voorwaarts, de laan ten einde, want, tegenover die maats, zou hij de schuld hebben, en op t kantoor nog het lootje erbij leggen. De zwakste gaat eruit! Natuurlijk ! Zoo dadelijk zeggen ze het wel niet, omdat ze in den drukken tijd moeten ontzien, dan geen mannetje te missen hebben, maar later krijg je toch de duw. Er is altijd wat te vinden als ze dat willen. Ze hebben niet eens te zeggen waarom, gooien 't gewoon op je werk als je met de handen niet de sterkste bent, een paar stel hoeven soms achterblijft, en klaar is kees. Je staat op straat. Ze doen dat om 't ontzag erin te houden.