Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kruinend dat geheele dak, die allee van loover, die dikte van groen, waar zelfs de zon maar tragelijk doorheen kon dringen.

Hij liep, de borst verruimd, de leden weer gesterkt, en snoof op de weldadige ochtendkoelte die streelend op hem aanziltte, wel van plan nu eens flink aan te pakken. Maar o,. .. op den geheelen weg bleef het leeg, geen kip te zien — en wat hem eerst niet opviel, bevreemdde hem nu toch. Zou het dan al zoo laat zijn, dat hij geen mensch van den stal zag ? Hij keek op zijn horloge — en merkte dat het over den tijd liep, wel een minuut of acht later dan gewoonlijk, en hij repte zich om die in te halen.

Nu dichter bij het dorp kwam ook meer beweging. Karren ratelden al over den weg. Vischvrouwen trokken uit, naar stad met haar negotie — en bakkers, melkboeren, werklieden liepen in de straat.

Hij sloeg snel den badhuisweg op, haastte zich, kwam aan den stal, waar de anderen al begonnen waren; hij smeet snel zijn jas, zijn vest uit — en de jongen die al op hem wachtte, bracht

Sluiten