Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Roelf duwde dadelijk een stoel bij de tafel, hielp haar met de kleeren — en moê nam de hoed, het manteltje aan, legde ze zorgvuldig op bed.

„Een mooie hoed is dat Trees!"

„Zoo ?... vind-u dat ?"

„Ja, erg mooi 1"

„Een nieuwe hoed," tetterde nu Roelf, „dat heb ik nog niet-eens gezien."

njij»" meesmuilde Trees, op jij drukkend, „je ziet niks, mannen letten nooit ergens op."

„Wil je j'es stilhoüe, ondeugd!"

Trees lachte weer lekker-behagelijk, en moeder schonk de koffie in, nam gemoedelijk-bedrijvig het gelakte trommeltje uit de kast, ging ermee rond, toen ze zaten.

„Toe Trees, neem er nog eentje, op één been kun je niet loope!"

Maar Trees weerde af, zei: „Nee, ik hou niet van die zoetigheid !"

„Och kom," goelijkte moeder, en ze legde toch een tweede koekje op haar schoteltje.

Ze tipten, mond-vooruit, alle drie gelijktijdig de lippen aan de koffie, die heet was en geurig dampte. Trees zette haar kopje

7

Sluiten