is toegevoegd aan uw favorieten.

Machteloozen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gen. Affijn, daar bleef niets meer aan te veranderen, maar hij peinsde er toch over door.

Hij ging nu Trees met geweld wat opdringen, wilde haar nog wat laten drinken, anijs of pepermunt, als ze geen bier luste. Maar ze weigerde pertinent, zei:

„Waar denk je aan, jongen ? 't Is, dunkt me, mooi geweest!"

Hij keek haar in de eerlijk-vrije oogen en zag dat ze 't meende en op den hoek, dicht bij de Javastraat, waar ze diende, en later voor de deur, bleven ze nog een poosje vrijen. Hij kon haar bijna niet los laten, niet heen laten gaan, zoende haar, trok haar aldoor naar zich toe.

Ze zei maar : „Nou Roelf, nou mot ik weg . . . gerust ik kan niet langer... ik krijg er strakies een standje voor. En hij hield vol: effentjes nog.

Toen ze elkaar loslieten klapte hardop een zoen — en Trees, het hoofd vuurrood, belde aan. Hij gaf haar nu nog een stevigen handdruk.

Ze hoorden de deur al open kraken. Jet was er wel vlug bij! Zeker al erg laat geworden!

„Dag Roelf!"