is toegevoegd aan uw favorieten.

Machteloozen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Trees werd hoe langer hoe heeter en angstiger erbij, bijna hijgend van vreemdigheid. Want, die snuiter hoe aardig ook, bleef toch maar een vreemde vent — en in haar angst dacht ze ook aan Roelf. Je kon nooit weten als die eens om een hoek stond. Er spookte dadelijk iets van messen, van vechten en geweld door haar hoofd en ze werd koorts-angstig.

Ze duwde haar jongen nu wat meer meenens af. Maar hij vatte haar om 't midden, kuste haar wild, zei: daar brutaaltje ! Zij hield zich opnieuw boos.

Ze liepen weer een eind nog stoeiend verder. Haar vriendin zag ze in 't geheel niet meer. De angst voor dien vreemden jongen, waarmee ze alleen was, nu al zóó donker, doorjaagde haar, dreef haar voort. Ze repte zich, riep: „Gus, waar benne de anderen nou?" In haar bezorgdheid beloofde ze zichzelf 't nooit weer te doen. Dat is eens en niet weer ! Het zweet parelde haar blank op 't gezicht ....

Maar gelukkig ! daar waren ze ineens de boschjes uit. Marie met haar jongen stonden al te wachten, lachten, zeien:

8