Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Nou jullie houen het vol, al heel familjaar voor zoo weinig kennis!"

„Och, die lammerd, hij hêt mijn hoed stuk getrokke."

„En misschien nog wel wat anders ook," spot-lachte Marie.

Trees keek haar even venijnig aan, haalde de schouders op, alsof ze wou zeggen wat denk je van me ! en de jongen begon weer met haar te stoeien.

„Kom schei uit, lamstraal, die je bent," schold ze grof.

Er kwam een oogenblik van bedaring en verkoeling. Ze liepen, kuierden met hun vieren achterelkaar, langzaam de stad in.

Voor de verhitte glinster-oogen van Trees dook Roelf opnieuw óp: de angst en de schrik van hem te zien. Ze keek elke dwarsstraat door, meende hem te herkennen in elke figuur die wachtte, en ze schrok er telkens van. Maar 't bleek ook telkens om niets te zijn.

De twee anderen waren weer wat luidruchtiger geworden — en ze begon zelf opnieuw meê te gekken, maar de bangheid voor Roelf hield haar toch nog vast.

Sluiten