is toegevoegd aan uw favorieten.

Machteloozen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De vele aandoeningen, de zeelucht en de vermoeienissen van 't stoeien maakten haar oogen lodderig en zwaar, haar hoofd niet geschikt tot veel denken en overwegen.

Roelf had Trees niet gezien, haar overal misloopend. 's Anderen daags trok hij naar zijn werk, niet erg opgewekt, kwaad op zichzelf, kwaad op haar, aldoor mopperend, aldoor foeterend. Hij beet zichzelf allerlei hatelijkheden toe, als: stomme kerel die je bent dat heb je er nou van, en schold en schimpte dan weer op haar. Hij vroeg zich maar aldoor af waar ze gisteravond naartoe gegaan kon zijn. Zeker bij haar oom, of bij haar getrouwde zuster ; ergens moest zij toch zitten — want, zoo leurde hij : op straat heb ik haar niet gezien. Deze redeneering stilde weer wat zijn ongerustheid. Soms dacht hij: van avond ga ik even naar haar toe, 'k weet het dan gauw genoeg, maar dan was hij dit weer niet met zichzelf eens, meende hij dat zij van haar kant ook wel wat mocht doen. Affijn maar 'es afwachte !"