is toegevoegd aan uw favorieten.

Machteloozen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zijn gedachten holden voort, te midden van 't jachten en nijdigen, van 't vlug afschaven, raspen, eeltbranden omklinken — en ze verwarden, stolden weer in 't lawaai wat van allen afwoei — de smederij opnieuw een klein brok hel: van vuur en witte damp, van kleine hamerslagen tusschen zwart-knokelbonkige, gebukte lijven, een rage van wild geploeter wat hem opdreef tot heftiger aanpakken. Zijn hoofd gloeide.

Den geheelen dag had hij al een naren, een kinderachtigen smaak in den mond, de keel kurke-droog. Hij moest dat droge telkens los-schrapen om het weg te spugen — en dronk den geheelen wateremmer leeg. Hij bleef aldoor dorst houden, een gevoel alsof hij gisteren heel den dag aan de sjouw was geweest. Mogelijk had-ie bij 't rond zoeken een glaasje bier meer dan gewoonlijk gedronken, maar, dat kon het toch niet zijn, want gisteravond thuis, voelde hij zich meer dan nuchter, al te nuchter bijna van ergernis en kwaadheid over Trees.

Hij trachtte al die kwellingen nu maar weg te duwen door flink aan te stompen.