is toegevoegd aan uw favorieten.

Machteloozen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

drijvigheid, hielp haar Roelf zich vlug ontkleeden, zocht al bij voorbaat naar een schoonen handdoek voor den dokter, repte zich, stond erbij in afwachting. Ze trilde over heel haar magere lichaam, hield zich toch goed; ze informeerde nog even bij het uitlaten.

„Och, als er niets bij komt, loopt het wel los. Vooral rust hoor! Dag moeder."

,,'t Is dus mis met me," zei Roelf droogjes van uit de bedstee.

„Stil hoüen jongen," suste ze terug. Maar zich bedenkend dat het tot-stilte-aanmanen de kwaal misschien nog erger deed schijnen dan ze was, liet ze dadelijk vergoelijkend er op volgen: „Welnee, 't is maar voorzorg, de dokter vindt het zoo errigniet!"

„In elk geval morge niet naar 't werrek," treurigde Roelf weer.

„Wil je nu eens je gemak hoüe !"

Ze kuste hem op zijn rood rosse haren, en huilde er bijna bij, bedwong zich toch ; ze ging er nu zelf op uit, naar den apotheker, haalde ijs op den hoek bij den banketbakker.