Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Roelf, die ze dan toch bedrogen had, viel wel een vage beklemming op haar neer. Toch hield ze zich goed en deed alsof ze zich opgeruimd voelde. Ze keuvelde en snaterde, zoodat de moeder telkens moest zeggen : ,,Trees, een beetje stil — niet zoo uitgelaten, kind!"

Ze zat frisch aan 't bed, als een kleurige, grove bloem tegen een dor bleekveld. Roelf hield haar hand in de zijne — en ze voelde zich rustig en behagelijk worden.

Toen vroeg Roelf ineens :

,,Zeg Trees, waar was je die Zondag, je bent toch niet met een ander uitgeweest?"

De vraag kwam zoo onverwachts, dat ze

o '

er geheel beteuterd van werd, niet den moed had in 't gezicht van den zieke te liegen. Ze zocht naar een ontwijkend antwoord, en zonder dat ze 't goed wist, nikte ze, heel flauw, maar toch ze nikte bekennend.

Hij herhaalde zijn vraag, nu dringender — en eenmaal bekend, durfde ze niet gaan liegen, zei alleen: „Ik heb op je gewacht tot vijf uur ....

Zij keek hem nauwelijks aan, deemoedig van oogen, 't hoofd met de kleurige hoed

Sluiten