is toegevoegd aan uw favorieten.

Machteloozen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Als 't voorjaar aankwam, en er niets tusschen gebeurde, mogelijk zou hij dan zoo ver op streek komen, dat hij de ziekenverpleging uitmocht.

Maar wat dan ?

De dokter had hem wel te verstaan gegeven, dat hard werken niet meer ging. Elke buitengewone inspanning, een kleine verkoudheid, kon hem opnieuw doen instorten. Tot dusverre keerde de trammaatschappij hem nog altijd half loon uit, maar als ze daar te weten kwamen, dat zijn longen zoo wrak waren, dan zou dat ook wel gedaan kunnen raken.

Met de moeder, de direktrice van de ziekenverpleging, sprak hij er gedurig over, bijna eiken dag, en zij, een zeer godvruchtige freule, verwees hem telkens naar God; daar moest hij op betrouwen, en dan zou 't wel terecht komen !"

Zijn eigen moeder troostte hem, zei ook : geen zorge voor de tijd! — en in de Verpleging zelf kreeg hij nog van velen raad : hij moest naar een gemakkelijk baantje uitzien.

Eindelijk meende hij 't wel gevonden