Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Enne, waar ga je naar toe, Trees . . . ben je niet meer in je dienst r"

„O, nee, daar al twee maanden vandaan... ben nou bij m'n tante zoolang... die is ziek!" „Niet prettig hè !"

„Nee, wat zul je d'eran doen!" Ze liepen een eind op, het gesprek na de eerste woorden plots teneinde. Om opnieuw te beginnen zei hij maar:

„Je ziet er goed uit, Trees, zoo dik, bijna rond."

Ze werd ineens vinnig, zei half smalend en half lieverig :

„Vin je dat ?"

„Ja, waarachtig ! Ik zou haast zeggen dat je een dik buikie krijgt."

Ze barstte nu snibbig los :

„Wat weet jij d'ervan !"

„Ikke, niks ! Hoe kom je daaran !" „Nou, zeg dan ook niks!"

„Och kom," treiterde hij losjes terug, „wat een drukkie !"

Ze liep met een hoofd, dat eerst rood, opgeblazen, dan-weer wit als weggeknepen werd, en hij meende nu wel te zien, dat haar trekken vermagerd waren.

Sluiten