is toegevoegd aan uw favorieten.

Machteloozen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geweken naar den grond, keek hij moedverliezend neer op zijn te groote, scheeve, opgekromde schoenen, de schoenen waarop de gerafelde modderbroek neerdroop, armelijk-kort. Ellendig ook, dat voelde hij weer, 't aldoor wegzakken der kleeren van 't leege lijf, als er geen houvast aan zit, en dan die broekspijpen zoo gefranjed op die kromme schuiten van schoenen, de punten opgestevend alsof het scheepjes zijn waarmeê hij uit zeilen moest gaan !"

Den geheelen dag had hij al geloopen, van Rotterdam af naar den Haag.

Hij voelde zich lammenadig en slap, te slap zelfs om te vragen, weeïg doorvoelend den eigen toestand, beseffend het ellendige van zijn bestaan, met in-eens scherp voor zich zijn eigen gezicht, zijn verloopen bedeltronie. Maar tegelijk zag hij, voelde hij, door zijn onhandig gedremmel aan de deur, al duurde dat maar eenige sekonden, de oogen nieuwsgierig op zich gevestigd, merkte hij, dadelijk zich opscherpend, het gevaar er uit te worden gewezen, nog voor hij wat vragen kon — en deze aandoening verduwde