Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

al de andere bezwaren, wekte zijn gewone driestheid wel op.

In zijn gescheurde gummi-jas ritselend, kwam hij slakjes-gewijs, maar toch bewuststrak naar voren. Datjas-geritsel werkte op zijn ontmoediging in, beurde hem op, zooals zijige rokken vrouwen opfleurt, 't Gaf hem de op-wekkende gewaarwording van toch nog iets te zijn. Zonder naar zich-zelf opzettelijk te kijken, zag hij zich slank in de goede snit der jas, jas van eenig rijk heer, bij een kleerkoop voor een paar kwartjes gekocht — en die fijne snit waarmee hij zich niet al te erg schooier voelde, al was die gummi-jas dan ook een beetje scheurig, stijfde in hem de zoo weggezonken levenskracht weêrop.

En nu als vanzelf ging puntig vooruit de hoekige, stoppelbeplante kin, ging naar voren ook de lip waarop ruig een brok knevel plekte; er kwam door zijn gesletenheid heen het stroeve, het straffe, waarmeê hij het aanzien kreeg van een gewezen militair, wat hem gewoonlijk nog al hielp. Hij wist maar al te goed, dat je met een bedelgezicht de deur wordt gewezen

Sluiten