is toegevoegd aan uw favorieten.

Machteloozen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij zei toen in een opwelling van toch wel iets te willen zeggen:

„Uit Rotterdam? Da'sver? Woon je dan daar?"

„Nee!"

„Waar dan?"

„Ik woon niet."

Een oogenblik hing er gesprekstilte.

Aan de andere tafels klikten de vorken, de lepels, nog meer hoorbaar. Een stukje geschilde appel glipte bij den mijnheer naar binnen, die even nakauwde, erg lekker, toen weer vroeg, de mond nog in smakbeweging :

„Zoo. . . en waar slaap je dan?"'

„Nergens . .

Weer ging een schijfje appel over de lip van den mijnheer naar binnen en er tusschen door kwam gelijk de vraag:

„Je moet toch ergens slapen, in een hooiberg of zoo?"

„Sja . . . soms ook wel in 't pelisieberoo."

„O, o!" zei de mijnheer, nu in-eens snugger den toestand begrijpend.

„As ik vijftien cent heb, neem ik een logementje, maar ik bin liever bij de pelisie.