Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de drukbewegende, haasthebbende menschendrom, de lichtschichten van zon valschelijk glemerend door 't stratenstof, al het getier en geraas van een volle stad, waartusschen hij weer stond als een eenzame, een uitgeworpene, 't afval gelijk.

De raaskracht van de straat overschalde zijn ooren, sloeg hem neer, brieschte hem weer op tot machtelooze woede.

Heftiger nog voelde hij nu wat hij al zoolang wist, maar waaraan hij niet wilde toegeven : de ondragelijkheid van zijn bestaan, een leven zonder kansen van beter, het dag-aan-dag zich voortslepen zonder te weten hoe rond te kunnen komen, zonder bij benadering 's morgens te zeggen waar hij 's avonds zou slapen. Natuurlijk, hij was en bleef een uitgetrapte, een uitgestootene, èn die hebben niets te eischen. Hij had zijn eigen leven vernietigd. Jawel! Maar was hij het dan alleen ? Deden anderen nooit iets in opwinding ? Een gemeene leugen! Een mensch is een mensch. Niemand is zichzelf altijd meester. Het hangt maar af van omstandigheden, het

Sluiten