Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ook, dat de menschen bleven staan, dat ze naar hem keken, en instinktmatig hield hij zich in, dwong zich stijf tot kalmte. Hij liep door, zonder om-kijken, alsof het hem niet aanging, in vage angst-beroering, dat er mogelijk een relletje van zou komen.

Hij zwenkte kort, schoenschuivend, den hoek om, nu toch uit het gezicht, liep nog een straat verder, sloeg weer een hoek om, kwam in een smalle laan, met weinig huizen. Het viel nog al meê; ze maakten geen jacht. Gelukkig het bleef bij kijken !

Nu een weinig'ontspannen liep hij een eind verder, liet zich op een bank neerzakken.

Maar, een oogenblik later, stond hij alweer op. Want de jacht zat er nog in. Hij liep nu weer stadwaarts, als bevreesd, beklemd voor het stil-eenzame van de laan, vagelijk peinzend. Wat dom van hem om zich zoo aan te stellen! Op die manier loop je er zelf in, kom je zonder het te weten achter slot. Daar is maar weinig voor noodig ; ze hebben dadelijk vat op je !

Hij begon wat zachter te loopen, zijn gedachten te regelen, te overleggen, 't Was zichzelf maar schrik aanjagen. Wat had-ie toch

Sluiten