is toegevoegd aan uw favorieten.

Machteloozen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dan Rotterdam met al dat gesjouw en geploeter van menschen, met dat gerij en gehobbel van wagens.

Al had-ie geen centen, heerlijk-rustig was het hier toch ! Wat zat-ie hier fijn, aan dien diepen stillen plomp. Water is toch altijd mooi, trekt je aan, nèt alsof het vol geheimen ligt. Rustig zoo te zitten ! Het leven is nog zoo kwaad niet, alleen je moet er centen bij hebben. Nou, die had hij niet. Sakkerju, nee, die had-ie heelemaal niet! Als-die er waren, zat hij hier niet.

Hij keek weer naar 't water. Leuk toch, zoo'n eilandje midden erin. Als-ie daar nu eens kon wonen. Wonen ? Om zijn eigen grappenmakerij moest hij lachen; hij woonde toch heelemaal niet. Maar de lucht was ook zóó.... drommels.... nou ja, hoe moest-ie 't zeggen, zoo lodderig, zóó om te soezen.

Hij kwam geleidelijk onder den indruk van 't weêr, van de warmte, die luw aanzoefde. Hij zag het water opspiegelend-zwart, lonkend als vrouwenoogen, het huivend groen er boven, zacht-twispelend, waaierend,