Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eiken avond in dezelfde stad was, dat hij rondbedelde; — en met een toch wel schamper trekken van zijn lippen, kwam hij tot de werkelijkheid terug, viel zijn droombeeld uiteen.

't Is gek zooals een mensch fantaseeren kan. Maar 't is er dan ook net weêr voor. Loom en soezerig wer-je ervan, 't Moest altijd mooi weer zijn ....

O, o, niet te hard schreeuwen over 't mooie weêr, zei hij zich, dan blijft het niet.

Zie-je, 't begint al te veranderen. Nou ja, dat ben je in ons land te wachten. Daar moet je niet op letten, je went eraan, zoo goed als aan alles. Hij keek nu oplettender. Hoe kan zoo'n lucht in-eens betrekken?. . . Waar al die wolken vandaan komen ? Da's lastig als het ging regenen, want dan moest-ie schuilen.

Maar 't loopt wel los; er zit nog al jacht achter, zei-ie weer. Dan drijft 't wel over. Ja; dat doet het wel!

Nu in de werkelijkheid terug, keek hij naar de menschen die hem passeerden, begon hij op te letten. Wat is dat alles piet-luttig!

Sluiten