is toegevoegd aan uw favorieten.

Machteloozen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij probeerde ze eerst nog terug te duwen, omdat al diehersenschimmen nietsinbrachten, half onwillig, aan al die dingen te denkern maar er toch met een onbestemde, onbedachte neiging aan toegevend.

Wat had-hij eraan ? Niks, zei hij zichzelf weer.

Maar het baatte niet.

Ze kwamen telkens toch terug die redeneeringen, soms langs een omweg, maar ze kwamen.

Om er zich tegen in te zetten, ging hij nu kijken naar de menschen, die zoo welgedaan slenterden, alsof er geen zorgen, geen armoede in de wereld bestaanbaar is, en terwijl hij daarnaar keek, gleden vanzelf die gedachten terug, vlochten zich de herinneringen er weer in, dacht hij opnieuw aan dien vlerk van een kastelein.

Hij voelde nu weer vlijm en zwiepend hoe hij straks als een schurftige buiten de deur werd gejaagd, met dat keffende kreng van een hond achter zich, hoe de karren, de wagens hem voorbij rosten, de menschen in vaart langs hem voortstuwden, die menschen bang een minuut verloren te laten