is toegevoegd aan uw favorieten.

Machteloozen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

greep van zijn pezige handen hem den strot toeknijpen tot-ie blauwde, en hem dan reutelend neerkwakken. Maar a bah! zoo'n vent was 't niet waard om er twintig jaar voor achter slot te gaan. Nee, dan nog liever een flinke slag slaan, ineens. Maar... maar, dat gaat ook zoo gemakkelijk niet. Wat zeg-je ? Ze letten op je. Als je eenmaal gezeten hebt, letten ze altijd op je; ze houen je in de gaten. Da's ook niet veel gedaan !

En toch . . . een mensch kan nooit weten, hoe ie wat vangt. Altijd maar uit je oogen zien, snap je! Je doppen niet in den zak steken. Als-ie . . . als-ie . . . nee, nou niet denken. Buitenkansjes moeten vanzelf komen . . . zoo als 't ware in je mond vliegen . . .

De avond nu gevallen, kroop zwart en zwaar, beklemmend op hem aan. Het huivend groen der boomen donkerde beschermend, maar tegelijk beangstend in de verlatenheid rond hem. Het vochtte, eenzaam in de rosse, avond-klamme naar regen hangende sfeer.

Van verre glinsterde al een lichtpitje, onverwachts opgeglinsterd die eene, het