is toegevoegd aan uw favorieten.

Machteloozen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

winkel, schuchterde even terug voor 't licht, dat op hem toekwam, ging toen binnen, naar de menschen die hij er zag.

Het doosje lucifers bangig in de gedweeë hand, de ruige kin en knevel scherp naar voren om het militaire erin te krijgen, prevelde hij zijn smeek-relaas : „Van morge al van Rotterdam komme loope."

Onbeholpen in zijn kromme, scheef-geloopen schoenen ruwig rood, de broek gerafeld erop, beknepen in de ritseling van zijn scheurige gummi-jas, bettend de rood-doorvloeide, pijnlijke oogen, de tanige peeshand gedwee-gestrekt, vroeg hij aldoor :

„Een cent maar, voor een doosje !"

Maar, hij werd afgesnauwd, kreeg niets, moest weer verder, om toch die ééne cent machtig te worden.

En in de onmacht van zijn ontreddering begreep hij nu wel dat het niet ging, niet lukken zou. Vandaag, den geheelen dag niet gegeten, en moê, moê, moê !

Hij ging slappelijk voort, voetschuivend voort, log-kwakkelend in de zwaarte van zijn moeë, lamme ledematen; hij bedacht,,