Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gedaan. Er is een luchtje aan den auteur die 's morgens dierbaars verliest en den eigen avond z'n smart in 't vers uit, dat hij per nachtpost, netjes overgeschreven, aan de redactie van een tijdschrift zendt. Men is impotent tegenover een gebeuren-van-verdriet. De man die z'n vèrsch leed te kijk hangt, hééft geen leed. De nacht en de avondschemer zijn er niet alleen voor

vrijende paartjes .. .

Eerst in later jaren, als de troebling bezonken, als men bezadigd aanschouwt, als de geheimzinnige derde uit de bekoelde herinnering een bijna nieuwen vorm vat, groeit langzaam-verlangend de lust om het geziene nog eens te zien, het gewetene nog eens te weten, het doorvoelde nog eens te voelen. Men was t vergeten, 't Bestond nauwlijks. Warrling van andere dingen en daden sloeg er een stof builing om. 't Lei onder spinwebben en weefsels. Tot een grillig moment er den adem in zette ... Een gezond schrijver vergeet niets. In 't kerkhofje van 't verleden bewaart-ie de raarste schatten, de bizarste bloesems, de eeuwige geuren van lang-doode bloemen.

Nu had 'k deze opmerkingen ook wel ongezegd kunnen laten — : tot de geringe gebeurtenis van voor

Sluiten