is toegevoegd aan uw favorieten.

Kleine verschrikkingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

licht. Het ver spoorweg-geval ontslapt je in de stadige strooming van schreeuwende krante-berichten.

Een klein, heel klein onopgemerkt dorps-geluidje aarzelt nu uit de herinnering omhoog, herneemt z'n vorm en z'n schaduw.

Al 'n maand waren we in 't gehucht, loom door den overgang uit de stadsvolte naar de vermoeiende forschheid van zee en wind. We hadden daar vlak bij 't strand het boven-gedeelte van 'n kleine villa, 's Morgens, pas uit bed, liep je op het breede, massieve balkon dat 't verdiepinkje omgaf en dan voelde je telkens nieuw en heerlijk 't wijde water, de eindloosheid van lucht, 't groen der duinen, 't leven der boomen, 't vrindlijke schuilen van 't dorp. 't Bleef 'n verheuging, 'n wieglende vreugde. De arbeid werd bijzaak. Met de zee voor je oogen, 't altijd wislend watergespeel en gejoel, doe je niets. De zee is 'n geweldige babbelkous die je geen seconde rust laat, die neuriet als je stilte vraagt en je verwarde droomen toeblaast als je nijver je pen bekauwt. Wie aan de zee wérken wil, moet 'n opkamertje zoeken in 'n straat, met voor 'n komenijswinkel en achter 'n beschimmelde loods — vooral geen plek waar de lastige Buurman