is toegevoegd aan uw favorieten.

Kleine verschrikkingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

je wil en je voornemens als oud schuim verjaagt. In diè dagen wisten we dat niet. We leefden 'r als kinderen op los, gaven ons over aan de ongekende dwingelandij van water, lucht, groen. Heel vroeg vlogen de duiven van een til in de buurt op het balkon en tipten de open deuren langs in de kamer. Ze zaten op de tafel, op den schoorsteenmantel, keken schichtig naar het stadshoofd in het bed, het hoofd dat geen morgenstond kende. Als je bewoog vlogen ze weg, zomergerucht in 't kamertje slaand. Op het balkon ontbeet je, de zee bedroomend, de vliegen en hommels verjagend, lachend om 'n zwaluw die zich bij 'n broodkruimel waagde, prettig-van-rust als n duif koereloerend bij den suikerpot streek. Tegen elf ging je baden, ongedwongen, wandelend zonder boord, op je sloffen, 'r Waren geen badgasten die badgasterig deeën. 't Strand was 'n genoeglijke huiskamer, zonder dure pakjes, zonder malligheid. Zeven, acht families met kinderen leien in 't morsig zand, lieten zich door 't zonnetje brajen. Je kende mekaar, babbelde over ditjes en datjes, kroop tezaam in 't water en tezaam dronk je thee. Vooral met de kindren werd je 't eens. Ze kwamen je gezellig halen als 'r wat te doen was, als 'r gevischt werd of geroeid. En kwajongensachtig