is toegevoegd aan uw favorieten.

Kleine verschrikkingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dan diep-angstig dat er in 'n gedachten-wereld vleugjes als komeet-schieting zijn — verrassend weêrkeerende oogenblikken van schijnbaar onopgemerkt doen. Diè uren èn de uren welke je in meest bewuste overgeving lééfde, zijn het eenig-essentiëele van je overigens zot pogen om verveling in de muffe rumoerigheid van publiek vermaak te verwaaien. Die nacht aan de donker-druischende zee, met geen andre herkenbare vormen dan de schuimlijn benee en de vele gouden lichtjes in de verte, heeft een paar van die kostbare uren gehad. Alleen daarom is er in gebeitste werklijkheid van gebleven.

De visschersvloot-revue was geschied, 's Avonds wachtten we op het balkon, of we de schepen zóó nog eens zouden zien. Maar ze hadden een anderen koers genomen of vreesden de kust. Het buiig weer sloeg tegen schemer in feilen storm over. Hagel en regen joegen ons binnenshuis. En den heelen nacht berukte de wind het huis. Ruiten klepperden, takken braken en 'n los geraakt eind goot knerste gestadig tegen een muur. Dat hield je wakker of schrikte je op in je slaap. Dan zei je gemoedelijk tegen mekaar, als veilige burgermenschen, die lekker warm liggen: „nou, nou wat 'n weer".... „ S j ongen, sj ongen, als dat maar geen ongelukken geeft" ....