is toegevoegd aan uw favorieten.

Kleine verschrikkingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan zee lijken zag aanspoelen of wanneer je de verwrongen gelaten van 'n Morgue voor je haalt - de idee dat je na de onderdompeling 't vocht uit je oogen wrijft, 't vocht op je lippen próéft van 'n vréémde, 'n misvormden vréémde, 'n afzichtlijk-verworden vréémde houdt je aan je plaats geklonken, drijft je terug.

Nog toen 'k wakker-geschokt naar de wieglende klompjes keek, geloofde 'k niet. De kindren op't strand hokten nieuwsgierig samen. Besluiteloos lei 'k m'n horloge op de pier. Het lijk van 'n zeeman was n obsessie geworden. Aarzlend glee 'k in 't water, 't zoele zomersche water dat tot aan de schouders steeg en een snerpende gil klonk van den duinwand, 'n Vrouw die >k niet kende stond bij de steile kluitenbrokkeling, hield de handen boven de oogen om 't zonlicht te weren. Ze scheen te begrijpen dat 'k zocht. En eerst nü, door dien gil, door 't versteende van 'r gebaar, door 'n plotslinge voorvoeling, kreeg 'k angstige zekerheid. In 'n «ogenblik was 'k bij de klompjes, tastte met handen en voeten onder water, bewoog dan weer niet om naar 'n borreling, 'n rimpeling te kijken. Niets. De zee glansde in zonnegespiegel, zilver-brandend van wolkengekaats.

De heele plek waar 'k meende dat 'k 't rood t