Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

pen gaat sneller op dat prachtig geluid. In die dagen — 'k zei 't vroeger — had 'k nog geen kind, kon dus nog weinig van 't leven begrijpen - al deed 'k wijs en al loog 'k 'r driest op los. Wij auteurs, denk 'k nu, wel wetend me niet te vergissen, hebben zoo weinig recht anderen wat te zeggen, als we dat missen, 't nieuwe leven naast ons, 't bloeiend leven dat onzen wildheden een maat oplegt en onze wijsheid redelijk toomt. Tóén, in dien waarlijk leegen tijd, deed 'k bij 't lijkje misschien mechanische dingen, hielp beter dan 'k 't nu zou kunnen. Lang, zonder gevoel van vermoeidheid bewoog 'k de armpjes - zonder

vochtige oogen.

Wat is 't vreemd als je 'r an denkt. Hoe heb je

•t verstandig en omzichtig kunnen doen. Hoe heb je 't bijna anderhalf uur künnen ««houden - onaangedaan — enkel met den hardnekkigen wil om twee lippen te zien trillen, twee oogen uit de staring te rukken.... Ja, vrtd gat 't "n hevigen indruk, wel striemde 't je, wel greep het lugubere je in al z n besluipingen, wel beklemde de angst je hart - de angst om dat plots-verdwenene — de angst om de stalen weerlichts-ffikkeringen die de mensehen naar huis

joegen, je eenzaam deden blijven met 't schamper lijfje

Sluiten