Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van 'n bedje. En m'n vrouw, sentimenteel van doen — 'k zeg sentimenteel, omdat we zoo mislijk-bevreesd zijn voor lief-gewone beweginkjes, lei wat bloemen uit den moestuin bij den vorm van het hoofdje. Niemand had den lust het gezichtje te zien.

Ja, dien heelen dag, zijn wij toen kinderlooze menschen, vader en moeder in 't armeluis-huisje geweest. De moeder kwam niet bij uit 'r loom geslaap. Soms keek ze verdwaasd naar ons doen, mallooterig lachend, met zoekende, wriemlende handen en brabbelde wat, tot ze vermoeid keelkroppig snurkte. De frangaise die zich verveelde liep ook nog eens aan. Met m'n vrouw samen, maakte ze fleschjes klaar voor de zuigeling, 't Kind bij zich houen dee ze niet. Dat scheen 'r wat vies en onooglijk. Met 'n zakdoek bette ze vrouw Plas met eau-de-cologne, schudde 'r gefaneerd hoofdje, zei dat en France zulke woningen niet bestonden. Blij was je als ze weer weg was, blij als de kindren schrokkig zaten te schranzen van hompen brood met kaas en kommen koffie. Tegen vijf uur kwam Kris, de rakker die op de kindren zou hebben gepast, thuis.

„Mooi heb jij op je zusje gelet, kwajongen!" —, snauwde ik.

Sluiten