Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Van Vliet en Maartense lieten de hunne bezorgen.

Een en al wellevendheid en menschenmin, 't doen

op 'n kleine plaats.

Voor 't spiegeltje probeerde je, je hoofd nauwlijks herkennend onder zooveel burgerlijke deugd.

M'n vrouw lei reepjes krantepapier in Van Vliet, streek Maartense met 'n fluweel lapje.

Als de zooveelste belangrijke wijsgeer overwoog je het onwenschlijke van 't ding, dat in omgekeerd verband eenig nut kan hebben om aardapplen en melk in te meten, dat geen levend wezen met geformuleerd genoegen op z'n hoofd zal evenwichtigen, dat toch bij de nuchterste plechtigheidjes de gewichtigste gedachten voorraden beschaduwt.

Van Vliet, het best onderhouden — eiken Zondag ging-ie kerkwaarts — dee 't 'm eindlijk met véél reepjes krant.

Toen liepen we bij de waschvrouw aan. die in de drukte m'n boorden had achtergehouen.

Ze was bezig te strijken, bij d'r man in 't kamertje.

Wel stonden de deur en het raam wijd geopend, maar het rood-blazend potkacheltje doorhitte het optrekje zóó dat de behangselwanden berstinkjes hadden van trekkend papier.

Sluiten