Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NEGENDE EPISODE.

Huiswaarts hadden we 'n kleine, vrindlijke ontmoeting.

In 't hoog-bloeiend gras zaten drie meisjes en 'n jongentje. Annetje, dochtertje van Stam, 'n winkelier wiens vrouw was gestorven, had één armpje. Het andre leek 'n afgeknot, rood vleeschstompje.

IJvrig doorzocht ze 't grasveld, plukte de uitgeloopen paardebloemen met 'r linkerhandje, hield ze dan met 't vleeschstompje tegen 'r boezelaar gedrukt. Scherp tegen het rood misvormd armpje staken de brutaal-gele bloemen.

„'k Hè-d'r weer 'n hééle boel," zei ze terugkeerend.

„Smijt ze op de hoop," zei Christien.

Die was de oudste, 'n hummel van zes, met lekkere lange blonde warharen. Ze droeg 'n kam sinds 'n

Sluiten