is toegevoegd aan uw favorieten.

Kleine verschrikkingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hand, den bol omhoog, bang voor de reepjes krantepapier, die bij éénig gebaar van mondain leven omlaag gezakt zouden zijn, betrad de door Plas gereedgemaakte ontvangkamer. Daar zat al 'n heel stemmig gezelschap, druk van gepraat, dat in gelegenheidshouding verstarde, toen 'k suffig links en rechts boog, nauwlijks de gelaten herkennend door t grijs geschemer der gestreken gordijnen.

Plas zat in de achterkamer bij 't bed van z'n vrouw, dat-ie hierheen verhuisd had, omdat-ie noch den dominee, noch de menschen-van-rouwbeklag in den stal kon ontvangen. Stijf met den hoogen hoed in de hand, den hals onlekker op 't boord dat als 't sporen van n zondagsruiter werkte, bleef 'k in 't geschaduw der gordijnen, langzaam de gelaten onderscheidend.

Vlak bij me zat 'n heer met kamgaren handschoenen de rulle vegen in z'n hoed glad te strijken. Die gaf me al vast 'n lesje: mijn handschoenen had 'k vergeten. Toen-ie niks meer te strijken had, lei-ie z'n dunne lippen als sandwiches op mekaar en keek voor zich henen in de gedachten-verdieping van 'n twijfelaar aan Newton en Kepler. Het was ongetwijfeld de president der muziekvereeniging waarvan Plas had gesproken. De andren kende 'k. Jan Baams, de aardappelboer,