Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Denk nu maar," sprak dominee, die geenszins behoefte scheen te gevoelen z'n geluid te dempen — stevig als op den preekstoel liet-ie z'n stem öpklinken — : „denk nu maar dat je zoon" ...

„'t Is me dochter," viel Plas 'm snuffel-snikkend in de rede.

„ .. .Dat je dochter," accentueerde de dominee, z'n zin in één stuk door-zeggend: „dat je dochter d&lr is, waar ze geen leed en geen smarte meer zal kennen, dat alles wat de Heer wil welgedaan is, dat we ons als menschenkinderen moeten neerleggen bij zijn allerhóógsten wil! Begrijp je dat, moeder Plas? Je mag niet toegeven aan je verdriet. Je heb nog zès kinderen" ....

„Vièr domienee," zei Plas schuchter en weer in z'n rooden zakdoek huilend.

Dominee lette niet op 'm. Dichter z'n stoel naar het bed schuivend, werd z'n toon strenger.

„Men heeft me gezegd, moeder Plas — dominee Van Santen die verhinderd is, heeft me voorgelicht — dat je al drie dagen te bed ligt, toegevend aan een smart die menschelijk is, maar die een zwakheid wordt tegenover je andere kinderen" . . .

„Dominee," waagde ik te interrumpeeren, ziende aan de bloedbeloopen oogen der vrouw dat ze pas 'n

Sluiten