Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nieuwen aanval gehad had, dat ze niéts begreep van wat 'r gebeurde: „vrouw Plas is op t oogenblik niet

in staat te luisteren."

„Wat bedoelt u?" —, vroeg hij straf-verontwaardigd,

omdat 'k hem op diè plaats stoorde.

„Ze is heusch zièk — afwezig — ze begrijpt u niet ... Z'n strenge oogen keken me in verwijting aan en te gelijk vielen de reepjes krantepapier uit den Van Vliet'schen hoogen hoed, dien ik met m n bemoeizuchtige wenken 'n paar maal gebalanceerd had. Het waren beslist vrijzinnige kranten. Ik maakte n allermalsten indruk.

„Moeder Plas," hernam de dominee, mij verder absoluut verwaarloozend: „dat je dochtertje op zulk een aanvalligen leeftijd verdronken is, is een bezoeking des Heeren, waarvan wij de redenen niet hebben na te speuren. Als goede christin zul je leeren te berusten en de liefde van dat door den Heer opgenomen kind op de andere over te planten. Is 't niet zoo, moeder

Plas? Is 't zoo niet?"

Dieper boog-ie z'n hoofd naar haar toe. Zij, t geel-bleek gelaat in de kussenbuit, de haren verwaaid, uit den wrong verstoven, lei bewustloos de deken te beplukken, sprak machinaal: „Ja — ja".

Sluiten