Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Twee aan twee stapten we de hoofddeur van t heerehuis uit — in 't fel mild-plassend zonlicht.

De zwarte baar met den grooten, fleurigen krans werd op de schouders der dragers geheven en schuifelvoetend achter den kleinen last, schoten je oogen vol dwaze tranen, omdat 't zoo'n prachtig, helder-zonnig weer was, omdat al de kindren van 't dorp uitgeloopen waren en met verbaasd-angstige gezichten naar

de zwarte schraag keken.

Langzaam van slag, gonzing na gonzing, begon de

torenklok te luiden.

Sluiten