Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kist aan te stappen, dan lekker-geinaklijk getrokken te worden.

Ik liep dien dag naast den president der muziekvereeniging. Zóo was de kleine stoet in beweging of al de schoolkindren klompklepperden achter ons aan. Be-angstigd door de scherpe kist-randen, die door het zwarte laken sneden, babbelden ze geen woord. Als een wat vroeg, werd-ie door andren gesust, hoorde je roepen : „Suscht! Suscht! Je mag nie prate!" En op de keideelen van den weg, bedwongen ze 't klompengeraas door op de voetballen te loopen.

Het was een prachtige, volweeldrige zonnedag. De struikjes bij de greppels ruigbolden met klaar-groene knikking. De kikkers kwekkerden, mekaar aanroepend in de weiden, de diepe eindlooze weiden, waar 't gras in fleurige schuiming ver-vloeide, waar de bloemen glansden met spartel-gelach, waar 'n kudde schapen en kalvren opgejoeld door 'n galm der snelslierende tram, in dolle draving voort-rende.

Stappend over 't mulle pad naar 't hotel, gingen we zwijgend, bijna geruischloos, omzongen door 't rumoer van nestlende vogels. Niet met de oogen te grijpen in de zwellende branding van 't zonlicht, vlamde de zilveren zang van 'n leeuwrik, op-vonkend in dia-

Sluiten