is toegevoegd aan uw favorieten.

Kleine verschrikkingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

floten — de zee, achter de duinglooiing, zuchtte, hief haar gerucht over de landen. Alleen Plas, ouwlijk, gebogen, soms schok-trillend van smart, snikte hardop, pogend zich te bedwingen. In dat stilte-moment, in die ademende luidloosheid van natuur en dingen, bij die stralende zon en 't zingend zomersche groen, bij die bedwongen snik-kreuningen van den vader, zag k nog eens de plek voor me, de plek waar 't gebeurd was — 't gladde water — de borrelingen — de drijvende

klompjes.

De vuisten ballend, de tanden saambijtend, had 'k moeite... me niet belachlijk te maken n huilende vréémde is op 't randje van 't aanstellerigridikule —, toen de dominee, luid van stem, hard van troost het woord nam. Hij sprak 'n kwartier lang, teksten citeerend, de badgasten met de mondaine pakjes en parasols afstraffend, telkens eindigend, telkens weer beginnend. Hij sprak niet over verdronken Agnietje, niet over 't leed van den vader — hij preekte over de deugdzaamheid van een goed christen die zich èlk uur op z'n dood voorbereidt. Een vol kwartier hield de brave ons blootshoofds in de heftig-brandende zon, 'n zon die 'n foltering werd. Je hersens begonnen te stoven onder je heete haren. Getrapt uit den wee-