is toegevoegd aan uw favorieten.

Kleine verschrikkingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van wekkers en koperen spullen. Boven de koppen was 't geschommel der lampen. Daar naast was een koektent, die toortsen brandde met walmende, joelende vlammen. Brand leek ros-dampig te zijn over de hoofden der kijkers, hoofden met kladden van toortslicht 'n pet helder opbijtend, bol als geblazen — 'n oor rood en schulpig — 'n half aangezicht purper van schijn — 'n hand geheven en vreemdlijk bevlamd — en op 't podium voor de tent, 't gelaat rossig beschenen, hel als bij 't vuur uit 'n ovendeur, het satansche joodje, dat de duvel wel scheen met z'n razend gespring om de aandacht te trekken, de duvel nog meer als-ie tierend en dronken met forsche gezwaai 't ijzeren pinrad dat de koeken verlootte, dee slieren. Snerpend op het voet-klotsen der boeren, het lallen der meiden en jongens, die in 'n bakschommel schokten en tolden, kraste de klik van het rad tegen de pinnen, kreun van 'n zaag door zanderig hout.

De bovendeur bij Hasselaar gaapte in de lage rood-broedrige gelagkamer, waar 'n orgelman speelde en walm van tabak en jenever de ramen uitzwalpte. De ruiten waren van latten voorzien voor het dringen. In de straat was het leeg. Het volk zat bij Breeman, an 't andere eind, die 'n kemiek en 'n meid-die-zong