is toegevoegd aan uw favorieten.

Kleine verschrikkingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hand van knokels en vel scheen vleezig te worden.

's Middags zwol ook de arm.

Toen zee Jannie: Moeke gaat dood en Suus: ze gaat dood van ouwerdom en juffrouw Klos die in l&ng niet zoo helder geweest was zee: God wil 't. Driemaal dien dag kwamen ze boven met apartjes, boterhammen met appelstroop — gebakken aarpeltjes — tegen den avond 'n botje en alles at groomoe, zélfs de graatjes van 't botje kloof ze met de vreemd-dikke hand — en ze knorde. Een juffrouw in den winkel vroeg dien avond of ze den meester niet lieten halen as 't tóch tegen het einde liep, maar Jannie die 'r hielp an zwart veterband zei rustigjes: 't Is de ouwerdom en de ouwerdom ken je niet keeren. As je vier en tachentig bin,

mot je wel dood.

Den volgenden dag leefde ze nog, kon de waterig-

zware hand niet bewegen, lei ze voortdurend op een zij zonder verroeren, 's Morgens bracht juffrouw Klos n kop koffie met een opgewarmden pannekoek met stroop. Stroop was goed voor zieken, 's Middags om twaalf bracht ze wéér koffie met suiker. Daar was moeke altijd dol op geweest — tegen twee ging ze nog is na boven met 'n bordje soep om 'n dood mensch levend te maken, soep van 'n héél ons kalfspoulet, erg