Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weer 'n bus kaakjes — ledige roodlakkige bussen, kartonnen doozen — 'n glazen pot met roode suikerboonen, een met citroenzuurtjes, geel en verplakt — 'n keukentje met kinderservies. Achter waren vakken met lappen, vermufte zomerstoffen, lappen van zwartbruin, rood met stipjes, pompadour, dof-blauw en enkel rood, alles op elkaar in dikke lijnen — er naast rollen lint om wit papier, helblauw en rood en geel en wèer lappen van crême-geel en wit. De wand naar de zij van 't winkelkamertje was behangen met strakplooiïge blouses, licht-rose en donkerblauw, en vrouwshemden wijd-uit en smullen, vergeeld van ouderdom. Eén vrouwshemd, voor bij de deur, had n lekstreep, geel-bruinig, uitloopend naar onder, alsof r thee langs was gemorst. Er hingen daar reclamebiljetten van 'n sigarenfabrikant — lachende boertjes met zware dampende sigaren. Bij het raam met de étalage achter groene gordijntjes, stond de toonbank, overlegd met platte uitstaldoozen, doozen met stoffige-glazen deksels, daaronder schimmig gedoe van chocolade-tabletten, pakjes chocolade met beeltenissen, doosjes sigaretten, broches, dassen, beursjes, meerschuimen pijpjes. Onder de peer van de lamp koperkleurde de weegschaal aan de balken, bruinroestig, was gehang van speel-

Sluiten