Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de oogen droogwrijvend: „zoo'n goed mensch... je wil d'r toch nie missen al is ze vier en tachen-

tig" • • •

„Vier en tachentig?", verbaasd sprak de meid, 't bezweet hoofd met de confetti bij de lamp schuddend: „zoo oud wil ik bést worden!"

„Ja 't is 'n leeftijd", knikkerde juffrouw Klos, ietwat blij-ig dat ze 'n moeder had, die zoo oud was geworden.

„Vier en tachentig — vier èn tachentig, benadrukte de meid: „dan is ze nie in d r wieg gestorreve — ze bukte weer n aar de laars, den veter halend door de stoffige oogjes. De zweetrige nek met de plakking van confetti — de jongens hadden handen vol in r hals gestopt — dat kleefde overal onder t lijfje roodde pootig in den lichtkegel der lamp.

„Ja-ja," zuchtte juffrouw Klos: „twee dooien in

korten tijd . . . Twéé dooien."

„Waar leit ze?" —, vroeg Trijn, klaar met de laars:

„Leit ze boven?"

„Welnee," vertelde juffrouw Klos: „de trap loopt om, begrijp-ie ?... Kijk zóo met 'n bocht ... „Ja precies."

„...Nou toe wouen ze de kist na boven bren-

Sluiten