is toegevoegd aan uw favorieten.

Kleine verschrikkingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bloed zien zooveel as 'k wil en schrikken doe 'k heelemaal nie."

„Nou as je wil," zei aarzlend juffrouw Klos, zelf niet den minsten lust hebbend.

„Ik wil wel," hield de meid an, zachter pratend of iemand te luistren stond.

„Dan zal 'k eerst de voordeur sluiten," knikte juffrouw Klos: „met die kermis niewaar... en al dat vreemd volk... Waar is nou Jannie?... O, die kinderen... Nou staat ze zeker weer bij de koektent..."

Ze sloot de deur en de bel klingelde langzaam van slag, nog rekkerig schellend terwijl ze met Trijn in de zijkamer was.

Het nachtpitje, sterker brandend, belichtte 't zeil van de tafel, de hangklok, de stoelen, twee met trijp overtrek, flaüwer de kist.

Het wit gordijn hing neer voor 't raam, met vlakke riggels als van 'n jaloezie.

„Leit ze daèr in?" —, vroeg Trijn angstig van

praten.

Het bruin van de kist op den grond had doffe spieglingen van 't lichtje op tafel — 'n flard van het grijze behang woei er over, bewogen door t zuigen der deur.