is toegevoegd aan uw favorieten.

Kleine verschrikkingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Daar leit ze," knikte de andre.

„En zit de deksel al vaat?"

„Nee de deksel leit los . .. Wou je d'r zien?" „Nou 'k wou wel is," zei Trijn angstig-nieuwsgierig. Juffrouw Klos bukte vlug bij 't voeteind der kist, trok aan een schroef en 't deksel schoof mee, dat 't hoofdeind wit-opengaapte in t bruin van de doos.

Trijn stond bij de tafel, nam 't nachtpitje in de hand, dat wieglend 'r rood gezicht met de rose en gele en roode confetti belichtte. Er hingen confetti in 'r uitpluizend vóórhaar en 't kraagje van opstaande pluche zat vol. Aanslag van licht, geluw op kin en op wang, doorglansde 'r neusschelpen rossig en lila, en de vochtige ballen der oogen, zwart onderwimperd, hadden facetjes

van melkwitten schijn.

^Ooo!" —, zei ze fluistrend : t.. „is ze d&t? Beiden, naast de tafel, zoo vér mooglijk af, keken naar den schemer van wit-zonder-vormen, die de spie-

gling van bruin onderbrak.

„Je ziet zoo nie véél," zei Trijn na 'n poos dat

de muziek zoetjes gespeeld had, gedempt door de beschotten.

„Ga d'r dan dichter op toe," raadde de juffrouw, 'r handen wrijvend dat 't leer-achtig ritste.