is toegevoegd aan uw favorieten.

Kleine verschrikkingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De polka dee schokken de meiden en jongens, golf plomp vooruit en golf traag werom en de draai dan van stof-slaande rokken, 't knarsig voeten-verzet gromde op 't brommend geknap der piano, 't gele getoet van den schorren piston. Het ging in zetjes en drafjes. De viool pieperig zaagde, verlegen van streek onder de ruif van de koeien, die 's winters hier stalden en loeiden en loeiden dat heur gebalk de spinten grolde voorbij.

Trijn was met Horrel — ze walsten heel net met vingergestrengel, tien an 'n rij-tje op rug van den jongen, die fluweelen pantoffels bedanste en z'n beenen verkromde alsof-ie liep over plasjes.

Dribje glee met Abel den bakker, zacht en voorzichtig, pasjes als proevende lepels van kokende soep — daarachter boer Kiekhof polkend met kwakken van kerel die puin in den weg stampt en met tierlend rokkengeflap ging met 'm mee de vrouw van den veldwacht, 't haar netjes geplakt onder 'r keepje. Het werd op den deun der muziek, op 't gepienk der piano, 't snijdend pistonnengerasp, 'n wentel van zweetende menschen, zweetend op 't lichaam, op de handen, 't gezicht, wentel wèrom en terug en met loopjes en kolken van rokken en waai van blauwigen damp naar omhoog en