is toegevoegd aan uw favorieten.

Kleine verschrikkingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

, ... We hadde 'm motte tellegrafeere. — Nou die 't niè weet dat Bram is gestorreve — nou die 't niè weet, mag-ie nie daalijk — mag-ie nie met de deur in huis valle Zeg 'm dan ... Zeg 'm dan ...

„Moeder — as je lang blijf stilstaan over niks, is de boot an! Nou mot u 't zellef wete! Wij zegge geen woord meer!"

Dat hielp.

Voortstappend, met 'n gelaat dat door zachte trillinkjes in de ouwe velscheuren beschichtigd werd, sneller van kauw-rukjes en kaak-gewiegel, hield ze t vol tot de kaai, waar bootwerkers loopplanken aanrolden en meerdere menschen te-praat stonden in wachting van de boot met de kolonialen.

't Duurde lang, oneindig lang, eer-die meerde, eer de kabels gegrepen waren, eer de loopbrug gelegd.

In 't gedrang van de andren, stonden ze in gejaagde zoeking, telkens meenend Sally over de hooge, steilklimmende verschansing te zien.

Oom Mau, pak-an van stap, liep t heele schip langs, kijkend met licht-dronken oogjes tegen de zonplassing in. Selien, die moeder alleen had gelaten, drong bij de loopbrug, die op werd geheschen.