is toegevoegd aan uw favorieten.

De gouden poort

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik werd geboren in uw midden,

Ik werd uw koning om te regeeren in zijn naam,

Het volk een stralend licht.

Een vurige toren ben ik u geweest

Vèr zichtbaar in den nacht;

De waakzame stuurlieden van een groot schip,

Met volle zeilen, stevenen er heen,

Blij, dat zij de schatten die zij moeizaam zich verzamelden

In 't donker ruim,

Nu veilig brengen mogen in de wijde haven.

Mijn Vader, dank dien alles, Alma.

Wat was het volk, Alma, toen hij het hierheen leidde?

Wat anders dan barbaren;

Neen, als dieren waren ze die in de poelen wroeten

En van de visschen leven en van bitt're wortels...

En duisternis bedekte hunne hersens.

Toen heeft mijn Vader ze geleerd

Den landbouw en de huiselijke kunsten,

De ambachten.

Hij heeft ze ook geleerd

Te minnen en te aanbidden

De Schoonheid, die in hen rees

Gelijk een stralend Licht

Dat lokt naar hooger leven.

En hij heeft U gegeven

Land en stad

En vlugge schepen,

Zóó dat gij u kunt verheugen in 't licht der zon;

En uwe vrouwen,

En goudharige kinderen

Zóó dat gij lachen moet en weenen beide

En stotteren van geluk